Paul Kriele.
Paul Kriele.

De jonge jaren van Antoon Arts

Antoon Arts (1899-1987) was tussen 1920 en 1964 directeur van de Bossche Posterijen. In die tijd nog een stedelijke aangelegenheid. Arts vertelde mij in 1981 over wat hij als opmerkzame jongeman allemaal in de Bossche straten had waargenomen. 

Feitelijk was er geen verkeer in die jaren. De eerste auto verscheen kort vóór 1900. Over het algemeen waren het uitsluitend hooggeplaatste heren - onder wie bankier Jan van Lanschot, geneesheer B. Mettrop en de Van Meeuwens van de rechtbank - die in het bezit waren van een auto. De leverancier was B. Jansen, bekend door zijn rijschool voor fietsers. Het 'verkeer' bestond in die tijd dan ook voornamelijk uit koetsen, paard en wagens en hondenkarren van kooplieden.

Rijke lui lieten zich in die jaren veelal in een koets naar de kerk rijden. Of - zoals burgemeester Van der Does de Willebois - naar een receptie. Dat alleen al trok veel toeschouwers. Op de bok zat de koetsier met naast hem de palfrenier, een soort bijrijder die de koetsier assisteert bij het mennen, het verzorgen van de paarden en het in- en uitstappen van gasten. Achterop stond de knecht, chroom genoemd. Zij droegen een bruin of blauw uniform en daaroverheen een pelerine (korte cape). Soldaten en postbeambten - en later ook de harmonie van de Postkwakers die Arts zelf heeft opgericht - droegen een bruin uniform en een plat petje met een klep er aan. In Frankrijk noemen ze dat een cachot.

De jongeling Arts liep trouw elke dag om half acht naar school. Een route van zijn woonhuis aan de Havensingel via de Visstraat naar de Markt en dan Nieuwstraat. Daar op nummer 29 zat toen de Stadsschool, een Armenschool waar Antoons vader hoofd der school was. In 1943 werd op die plek de poliklinieken van het Groot Ziekengasthuis gebouwd, die meer recent plaats hebben gemaakt voor woonzorglocatie de Boschstede. 

Op een dag lopend langs het kanaal zag hij een schip aangemeerd liggen. Stoere mannen - en trouwens ook vrouwen - die in geldnood zaten, verlosten het schip van zijn lading. Een stel jongens uit de Pijp begon al schreeuwend de dagloners te sarren. De loopplank begon al te wankelen, terwijl de één na de ander het water in viel, onder wie ook één van de dames die aan haar schort was getrokken en in d’r nakie het water in tuimelde. Arts zag het allemaal vol verbazing gade. Hij had nog nooit eerder een naakte vrouw gezien...

Meer amusant was het ijsdansen op het Deuterse Veld. Daar dromden in de winter Bosschenaren samen om naar het ijsdanspaar Piet Pasmans en Henriette Slager te kijken. Door het handgeklap en op de maat van de quadrille, raakte het danspaar zichtbaar in extase.