
Bosschenaar Karel van den Heuvel is al 45 jaar dirigent van kerkkoren
Algemeen 1.091 keer gelezen‘s-HERTOGENBOSCH – De 66-jarige Karel van den Heuvel viert in 2017 een bijzonder jubileum. Hij dirigeert al 45 jaar kerkkoren in ‘s-Hertogenbosch en omgeving. Op dit moment is hij de ‘muzikaal leider’ van het herenkoor van de Lambertuskerk in Rosmalen en van het Sint-Cathrienkoor in ‘s-Hertogenbosch.
Door Astrid Berkhout
“Toen ik 21 jaar was, werd ik gevraagd om dirigent te worden bij het jongerenkoor van de Sint Lucaskerk”, vertelt Karel enthousiast. Ik was pas geslaagd als onderwijzer – met muziekspecialisatie – en had net een nieuwe baan in Amsterdam. Daarvoor verbleef ik doordeweeks ook in onze hoofdstad, alleen in het weekend kwam ik terug naar ‘s-Hertogenbosch. Ik had op de bisschoppelijke kweekschool wel in het schoolkoor gezeten en wat gedirigeerd, maar verder had ik er geen ervaring mee. Toch ben ik de uitdaging aangegaan, in september 1972 ben ik begonnen aan mijn eerste dirigentschap.” Daarna volgden nog vele andere koren in de directe omgeving.
Kennis van de liturgie
Als praktiserend rooms-katholiek had en heeft Karel affiniteit met de kerk en alles wat daar bij hoort. “Als dirigent van een kerkkoor moet je dat ook hebben. Daarnaast moet je de liturgie kennen en weten hoe je de gezangen moet opbouwen. Het is in mijn optiek niet voldoende om alleen het dirigeren leuk te vinden, anders kan het gebeuren dat je koor tijdens de Kerst paasliederen staat te zingen. Een kerkkoor is er om het gesproken en geschreven woord tijdens een mis muzikaal te omlijsten met passende muziek. De gezangen die ten gehore worden gebracht, moeten dan ook passen bij het evangelie.”
De ruimte krijgen
“Bij alle koren die ik heb begeleid, was het streven om minimaal één keer per jaar een grote mis in te studeren. Sowieso twee nieuwe missen per jaar – in het Gregoriaans, Latijns of Nederlands – om zo het repertoire uit te breiden en het interessant en uitdagend te houden voor de koorleden. Het motiveert mensen om trouw naar de wekelijkse repetities te komen, omdat ze het gevoel hebben dat ze anders echt iets missen. Als je steeds terugvalt op wat ze kennen, gaat het al snel vervelen. Voor mij was en is het essentieel om als dirigent de ruimte krijgen om mijn eigen ding te doen. Die ruimte heb ik bij de meeste koren gelukkig gehad, ook omdat men wist dat ik het altijd liturgisch correct deed.”
De hoogtepunten
“Zonder de andere koren tekort te willen doen, zijn de 16 jaar bij Jeugdkoor Boschveld en de 19 jaar bij het GZG-koor (Groot Ziekengasthuis) voor mij de hoogtepunten in de afgelopen 45 jaar. Er heerste een ontzettend goede sfeer bij beide koren, iedereen was zeer gemotiveerd. Dan kun je ver komen, vandaar dat we ook een heel behoorlijk niveau hebben bereikt, daar ben ik best trots op. Als dirigent ben en ik blijf ik een amateur, daar ben ik me van bewust. Ik heb me in de loop der jaren net zo goed ontwikkeld.” Jeugdkoor Boschveld hield op te bestaan toen de kerk dicht ging. Bij het GZG-koor verliep het allemaal problematischer. “In het Jeroen Bosch ziekenhuis waren we niet echt welkom als katholiek kerkkoor, de dominee wilde dat we meer protestants getinte muziek brachten. Dat botste steeds meer, totdat de situatie na twee jaar escaleerde en ik met pijn in het hart besloot ermee te stoppen, samen met een groot deel van het koor. Het is jammer dat ik op die manier afscheid moest nemen.”
Ten dode opgeschreven
“Na 45 jaar heb ik nog steeds plezier in het dirigeren. Zolang de sfeer goed is en ik het idee heb dat ik mensen iets kan bijbrengen, blijf ik doorgaan. Ik heb 40 jaar voor de klas gestaan en daarnaast altijd gedirigeerd. Ik was altijd van de partij, ook tijdens de Kerst. Ik verwacht de 50 jaar niet te halen. Tegen die tijd zullen de meeste kerkkoren helaas ter ziele zijn gegaan. Door het sluiten van de kerken, of doordat de huidige koorleden er vanwege hun hoge leeftijd uiteindelijk mee stoppen. Anno 2017 is er helaas te weinig animo voor.”















