
Dirigent Karel van den Heuvel heeft er nog steeds heel veel plezier in
Human Interest 894 keer gelezenDEN BOSCH | De 71-jarige Karel van den Heuvel dirigeert al 50 jaar kerkkoren in Den Bosch en omgeving. Op dit moment is hij de ‘muzikaal leider’ van het gemengd San Damianokoor in Den Bosch en het herenkoor van de Lambertuskerk in Rosmalen. “De afgelopen jaren heb ik alle disciplines onder mijn hoede gehad, van jeugdkoor tot zelfs volkszang.”
door Astrid Berkhout
Karel werd op zijn 21-ste gevraagd om dirigent te worden bij het nieuw op te zetten jongerenkoor van de Sint Lucaskerk. “Ik was pas geslaagd als onderwijzer – met muziekspecialisatie – en had net een nieuwe baan in Amsterdam”, vertelt hij. “Daarvoor verbleef ik doordeweeks ook in onze hoofdstad, alleen in het weekend kwam ik terug naar Den Bosch. Ik had op de bisschoppelijke kweekschool wel in het schoolkoor gezeten en wat gedirigeerd, maar verder had ik er geen ervaring mee dus ik twijfelde of ik het wel kon. Mijn ouders geloofden echter in mij. Uiteindelijk heb ik dan ook toch ‘ja’ gezegd. In september 1972 ben ik begonnen aan mijn eerste dirigentschap.”
De hoogtepunten
Daarna volgden nog vele andere koren in de directe omgeving. “Joost van den Akker, bij velen bekend en destijds onder andere dirigent van het Heilig Hartenkoor, heeft mij de fijne kneepjes van het vak geleerd. Zonder de andere koren tekort te willen doen, vormen - naast de optredens in de prachtige Sint-Janskathedraal tijdens de meimaand - de 16 jaar bij Jeugdkoor Boschveld en de 19 jaar bij het GZG-koor (Groot Ziekengasthuis) voor mij de hoogtepunten in de afgelopen 50 jaar. Er heerste een ontzettend goede sfeer bij beide koren.” Jeugdkoor Boschveld is extra speciaal voor Karel. “Vooral omdat ik dat destijds samen met pater Clazing heb opgericht. Het koor hield helaas op te bestaan toen de kerk dicht ging.” Bij het GZG-koor zijn met name de kooruitstapjes en de Sint Ceciliafeesten gedenkwaardig. Het afscheid was jammer genoeg minder positief. “In het nieuwe Jeroen Bosch ziekenhuis waren we niet echt welkom als katholiek kerkkoor, het botste enorm met de toenmalige dominee. Toen de situatie escaleerde besloot ik met pijn in het hart ermee te stoppen, samen met een groot deel van het koor.”
Leraar in hart en nieren
“Voor mij is het belangrijk dat ik als dirigent de ruimte krijg om mijn eigen ding te doen. Die ruimte heb ik bij de meeste koren gelukkig ook gekregen. Ik moet de mensen steeds iets nieuws kunnen bijbrengen. In die zin ben ik een echte leraar. Op die manier blijft het leuk, voor mij én voor de koorleden. Het gaat snel vervelen als je steeds hetzelfde doet. Daarnaast is er in mijn visie een wezenlijk verschil tussen koren die af en toe in de kerk zingen en koren die zo gemotiveerd zijn dat ze iedere zondag in de kerk zingen. Ik heb me altijd verbonden aan de laatste koren, vanuit de overtuiging dat een kerkkoor een repertoire moet brengen dat naadloos aansluit bij de liturgie van de betreffende viering. Dat vraagt meer van het koor maar dat maakt het wel uitdagender.”
Koninklijke onderscheiding
Karel kreeg voor zijn enorme inzet in 2014 een koninklijke onderscheiding. Het is echter de vraag hoe lang hij nog door kan gaan als dirigent, de kerkkoren sterven immers langzaam maar zeker uit. “Ik schat in dat er binnen vijf jaar geen kerkkoren meer over zijn. Ongetwijfeld zal er dan voor mij een groot gat vallen. Tegelijkertijd is het op een gegeven moment ook genoeg geweest. Vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend. In de vijftig jaar dat ik dirigent ben, ben ik bij alle Kerstvieringen aanwezig geweest, zelfs toen ik eigenlijk ziek was. Ik hoop wel dat we dit jaar weer op een normale manier de Kerst kunnen vieren. Want kerstliederen ten gehore brengen in een lege kerk – zoals we vanwege corona de afgelopen twee jaar hebben gedaan – dat is niet zoals het hoort. Kerst vier je samen.”















