
Veelbelovend schrijfdebuut oud-Bosschenaar Hans Ter Horst
Human Interest 1.195 keer gelezenDEN BOSCH | Hans Ter Horst is terug in Den Bosch. Voor even dan. Deze avonturier pur sang die eind jaren tachtig van de vorige eeuw de Brabantse hoofdstad verruilde voor een leven in Canada, is terug op het oude nest om zijn debuutroman ‘Verder Weg Van Huis’ te promoten.
door Han van Bodegom
Sex, drank, drugs en rock-’n-roll. Oud-Bosschenaar Hans Ter Horst (64) schuwt het niet in zijn debuutroman ‘Verder Weg Van Huis’, die hij onlangs in eigen beheer heeft uitgegeven. Het is een ‘roadstory’ in de traditie van Jack Kerouac zijn bestseller ‘On the road’ uit 1957. Een rebels verhaal over vriendschap, liefde, verraad en de zin van het leven, met het robuuste Canadese landschap op de achtergrond. Geen autobiografie overigens. “Zo’n zestig procent is fictie. Wat waargebeurd is en wat ik heb verzonnen, laat ik echter in het midden”, zegt Hans lachend, doelend op het feit dat er nogal wat pikante passages in het boek zijn opgenomen.
Hans, gekleed in leren jas en spijkerbroek, verblijft sinds enkele weken in Den Bosch om wat tijd door te brengen met zijn familie en vrienden en tegelijkertijd zijn nieuwe boek te promoten. “Het is altijd fijn om hier terug te zijn”, vertelt hij: “De heimwee naar Den Bosch is eigenlijk nooit verdwenen en ik heb meerdere malen op het punt gestaan om voorgoed terug te keren. Maar er was altijd wel iets wat me daarvan weerhield.” Bijvoorbeeld zijn Canadese ex-vrouw Tracy met wie hij in 1987 in het stadhuis in Den Bosch is getrouwd. Op een woensdag, want dat was destijds gratis. In mei 1988 vertrok Hans samen met Tracy naar Canada om daar een nieuw bestaan op te bouwen. “Op dat moment stagneerde de economie in Nederland”, blikt Hans terug: “Vooral in de journalistiek, de sector waarin ik op dat moment werkzaam was. Vandaar dat we ervoor kozen om te verhuizen naar de geboortestreek van Tracy. De regio rondom de Canadese stad Winnipeg, waar het in de winters ongekend koud is. Daar woonden we echt ‘in the middle of nowhere’. Een noodpakket met daarin water en kaarsen lag dan ook altijd standaard in de auto. Water om te drinken en kaarsen zodat je niet dood vriest terwijl je op hulp wacht in geval van autopech. Leven en dood liggen in dat deel van Canada een stuk dichter bij elkaar dan hier in Nederland. Dat houdt je scherp.”
Zijn Engels was op dat moment nog niet goed genoeg om als journalist aan de slag te kunnen en zo rolde hij uiteindelijk via vrienden die deel uitmaakten van de levendige kunstgemeenschap in Winnipeg de filmindustrie in. Hij ging aan de slag bij een ‘arthouse’ filmproductiehuis. “Daar heb ik echt van alles gedaan. Van de catering, tot assistent-regisseur. Net wat nodig was. Tot ik op een dag te horen kreeg dat ze in Vancouver - het hart van de Canadese filmindustrie - op zoek waren naar een ‘propmaster’. Dat kan ik wel, dacht ik en ik heb me prompt aangemeld. Pas daarna heb ik bij vrienden geïnformeerd wat een propmaster eigenlijk doet. ‘Fake it till you make it’, dat is ‘The American Way’.
Tientallen jaren lang werkte Hans als propmaster in Vancouver. Voornamelijk voor filmprojecten van een week of negen, waarna hij weer genoeg geld had verdiend om er wekenlang met zijn boot of motor op uit te trekken. Daarnaast verdiende hij in de loop der jaren bij als bootmakelaar, hij exporteerde containers vol gebruikte motoren naar Nederland en begeleidde als gids motortoertochten door Alaska. Op dat moment was zijn huwelijk met Tracy reeds gestrand en hoefde hij zich aan niemand meer te verantwoorden. Al bij al een avontuurlijk en rebels bestaan. “Ik heb geleerd te vertrouwen op mijn intuïtie. Dat gaat met vallen en opstaan. Dan krijg je alles wat je in je leven wenst”, aldus Hans, die nog enkele maanden in Den Bosch blijft om zijn boek verder te promoten voordat hij terugkeert naar Canada: “Ik heb mijn huis vlak voor mijn vertrek naar Nederland ingeruild voor een ‘fifth wheel’ - een enorme camper - waarmee ik van plan ben rond te reizen. Op zoek naar nieuw avontuur. Wie weet wat er nog allemaal mijn pad kruist. Ook heb ik al een vervolg op het boek in mijn hoofd. Maar eerst maar eens zien of deel 1 goed wordt ontvangen.”
















