
Een bom onder het Oeteldonks carnaval?: “Erger dan van Lotje getikt”
Carnaval 1.530 keer gelezenAl snel na het ontstaan in 1882 is het Oeteldonkse carnavalsfeest al de meest beschreven vaderlandse Vastenavond in de regionale en landelijke pers. Extra treinen en trammen worden ingezet om de grote toestroom van bezoekers te kunnen verwerken. De populariteit is sindsdien, ondanks regelmatige strijd met tegenstanders, alleen maar gestegen en - heden ten dage - een doorslaand of misschien liever ‘doorgeslagen’ succes: overvolle treinen, volle parkeergelegenheden en duizenden ‘buitenlanders’ die ons carnavalsfeest bezoeken en... niet tot ieders genoegen.
door Rob van de Laar
Op 17 februari 1927 houdt toenmalig burgemeester Frans van Lanschot voor de KRO-radio een innemend praatje over zijn stad voor de ‘luistervinken’ en nodigt de luisteraars in het land uit om naar ‘s-Hertogenbosch te komen. Ruim 1200 landgenoten geven daaraan gehoor. Dat grote succes is de aanleiding voor de Oeteldonksche Club om dat in 1928 nog eens ‘dunnetjes’ over te doen door de eigen ‘burgervaojer’, Peer van den Muggenheuvel, in de persoon van de zeer populaire Nico de Rooij.
Succes van het radiopraatje
Op dinsdag 14 februari ’s avonds om 20.45 uur, vier dagen vóór carnaval, spreekt Peer via AVRO-radio het Nederlandse volk toe. In een welhaast idyllische schets van een half uur zet Peer het wel en wee van dat vredig feestende driedaagse staatje Oeteldonk uiteen en roept de Nederlandse bevolking op om het zelf maar eens mee te komen maken. Men kan hem ook schrijven. Ruim driehonderd brieven glijden daarna in de brievenbus van de sigarenzaak van Nico de Rooij aan de Hooge Steenweg 28. Speciale busreizen, extra treinen en vele auto’s voeren een ‘onoverzienbare massa volk’ aan die de sfeer van dat door Peer geschetste “onschuldig en plezierig” dorp eens van nabij willen meemaken.
Verstoord carnaval
Het wordt echter een “verstoord carnaval” zoals het dagblad De Tijd kopt. “Meer dan anders” wordt er melding gemaakt van dronkenschappen, vechtpartijen, mishandelingen en zelfs een bijna dodelijke steekpartij. De landelijks pers spreekt met verachting over de “bende”, “zwijnenboel”, “beestachtigheid”, “drankzucht” en de “onzedelijkheid” die in de stad gedurende het carnaval heerst en de “smakelooze vermommingen” en “liederen uitbrallend van twijfelachtig allooi”. Het Utrechtse katholieke blad Het Centrum kopt boven een artikel “ERGER DAN VAN LOTJE GETIKT” en stelt dat “zoo iets aan den dag van vandaag nog kan bestaan…..Een dronkemanszooi…”. Het wordt hoog tijd dat men dit verouderd instituut afschaft”, stelt de schrijver voor.
Vragen in de Raad
Aangemoedigd door deze commentaren bindt het raadslid mevrouw Brouns-van Besouw de kat de bel aan en stelt de kwestie aan de orde in de gemeenteraadsvergadering van 23 februari en doet een beroep op het stadsbestuur om maatregelen te nemen. In een ingezonden stuk in Het Huisgezin wordt haar echter lafheid verweten zelf geen initiatief te tonen waarop zij furieus reageert.
Hetze
Maar daarmee is het hek van de dam. Een bijna eindeloze reeks ingezonden artikelen van vooral anti-carnavallistische aard, veelal anoniem, verschijnt vervolgens in het strengkatholieke Noordbrabantsch Dagblad. Olie op het vuur komt ook van elders: Het in Utrecht uitgegeven blad van de SDAP - De Notenkraker - publiceert een spotprent over het Bossche carnaval rondom het Heilig Hartmonument op het Julianaplein, waarop dronkenschap, vechtpartij en zedeloosheid worden uitgebeeld.
De geestelijkheid roert zich
Een zeer bedenkelijke wending krijgt de hetze door toedoen van de geestelijk adviseur van de Brabantse Boerenbond, rector Van Kessel, die in het weekblad van de NCB wijst op de spot die met de boeren gedreven zou worden door de boerenkieldracht. Hij roept de boeren op om de Bossche Paasveetentoonstelling uit protest te boycotten. Van even bedenkelijk allooi is een artikel van de Berlicumse pastoor J.Knaapen. Onder de spottende titel ‘Weest Dankbaar’ stelt hij, even cynisch als zuur, voor om een grote vergadering op de Parade te beleggen om “Oeteldonk, den raad van elf, en Peer van den Muggenheuvel” in het openbaar een dankfeest aan te bieden.
Pro-carnaval
Aanvankelijk reageren de voorstanders van het carnaval niet of nauwelijks. Het bestuur van de Oeteldonksche Club besluit om niet in het openbaar op de kwestie in te gaan. Maar na de laatste actie van Van Kessel wordt het H. van Alfen, leraar aan het Stedelijk Gymnasium en fervent voorstander van het carnaval, te gortig. Hij schrijft een stevig verweer. Van Alfen wijst op de historisch-traditionele verbondenheid die het carnavalsfeest heeft en ook het financieel gewin (volgens de Maasbode “zondewinst”).
Voorstel tot inperking
Het raadslid mevrouw W. Brouns-van Besouw dient op 5 maart een voorstel in tot inperking. Bedenkelijke steun daaraan geeft een zekere Chr. van Veldhuizen uit Amsterdam. Hij brengt, sprekende namens “duizenden landgenooten”, openbare hulde aan de “energieke mevrouw W. Brouns-van Besouw” die deze “uitvinding van de Duivel” wil afschaffen. Hij raadt de raadsleden dan ook aan om de “laffe zetelvrees” opzij te zetten en de “modderput” te dempen. Maar ook minder gunstige reacties zijn haar deel. Het raadslid wordt zelfs per post bedreigd met moord en doodslag indien zij zich ‘s avonds op straat zou vertonen.
Voorstellen
Er wordt een direct appèl gedaan op het geweten van de leden van de Rooms-katholieke Raadsfractie. Deze bezet dan 13 van de 24 zetels, een krappe meerderheid dus, maar zij is niet eensgezind. Verschillende van de leden, waaronder bijvoorbeeld wethouder Houtman, waren eigenlijk fervente voorstanders. Daarnaast heeft men sterke banden met de middenstand die uiteraard economisch belang heeft bij een voortbestaan van de Vastenavondviering. Toch kunnen zij zich nu geen van allen meer afzijdig houden en de fractie besluit om eigen amendementen in te dienen.
Naar de commissie
Burgemeester Van Lanschot, die niet geheel onsympathiek staat tegenover een fatsoenlijk carnavalsfeest, tracht tijd te winnen opdat de kwestie, in alle rust en ontdaan van alle emotie, tot een goed einde zou kunnen worden gebracht. De burgemeester geeft de behandeling van de zaak in handen van de commissie voor de politieverordening.
Actie van de voorstanders
Het kan, gezien eerdere carnavalskwesties, niet lang uitblijven voordat er tegen de voorstellen acties op touw worden gezet. De Oeteldonksche Club probeert dat via de Vereniging voor vreemdelingenverkeer “‘s-Hertogenbosch Belang”. De vicevoorzitter van de OC, Jan Gerritse, pleit voor een “protestvergadering” onder leiding van het bestuur van de Vereniging. Ondanks bijval van verschillende leden verwijst het bestuur, op grond van het verlangen de neutraliteit te bewaren, het voorstel naar de prullenmand.
Stand van zaken
De zaken zijn helder: Er zijn, volgens de opgave van politie, strafbare feiten voorgekomen: 12 mishandelingen waarvan twee ernstig, 1 verzetpleging, 7 verbalen, 5 ordeverstoringen door dronkenschap, 7 dronkenschappen en 3 keren is politieassistentie verleend. In totaal 15 feiten meer dan in 1927. Het grote verschil ligt hem in het aantal mishandelingen, 10 meer dan in 1927 maar, zo constateert de commissaris, vrijwel allemaal gepleegd door mensen van buiten die, zo leert navraag, niet al te gunstig bekend staan.
Het debat
Begin mei heeft de ‘Commissie voor de Strafverordeningen’ haar voorstellen gereed. Het langverwachte debat, dat de stad al weken in zijn greep hield, kan beginnen. Na een urenlang debat, gedurende enkele dagen, stemt de gemeenteraad over een politieverordening die eigenlijk alleen maar in de belangstelling staat vanwege de beperkende bepalingen ten aanzien van het carnaval.
Het resultaat: een verbod op het houden van optochten en openbare muziek tijdens de Vastenavond, alsmede intrekking van de bevoegdheid van de burgemeester om het sluitingsuur te verlengen. Daarmee, denkt de gemeenteraad, zal het carnaval vanzelf wel verdwijnen.
Reacties
De dagbladen Het Huisgezin en de Maasbode, die zich vanaf den beginne beide felle tegenstanders tonen in deze affaire, koppen met ingenomenheid over de genomen besluiten. De Provinciale Noordbrabantsche en ‘s-Hertogenbossche Courant, al sedert het ontstaan van Oeteldonk voorstander van behoud van het feest, kan echter geen enkel respect opbrengen. De redactie laat dat nog eens expliciet blijken door op te sommen wat er dan nog wèl met de carnavalsdagen gedaan zou kunnen worden.
De stroom aan ingezonden stukken stopt, de stad lijkt zich erbij neer te leggen. Ook de Oeteldonksche Club wenst geen protesten meer en wil zoveel mogelijk doen wat binnen de door de gemeenteraad aangegeven kaders mogelijk is, wachtend op betere tijden die zich echter pas in 1936 zullen aandienen.
Over de auteur
Rob van de Laar is archivaris van de Oeteldonksche Club van 1882 en daarnaast conservator van het Nationaal Carnavalsmuseum/Oeteldonks Gemintemuzejum.
Download de gratis app van de Bossche Omroep
Wil jij op de hoogte blijven van het laatste nieuws uit de gemeente ’s-Hertogenbosch? Download vandaag nog de gratis Bossche Omroep app vanuit de App Store of Play Store om op de hoogte te blijven, geïnformeerd te worden en verbonden te blijven met de wereld om je heen.




















